Dexia en het recht op inzage van persoonsgegevens

Dexia heeft in het verleden veel verzoeken afgewezen, met name de vele verzoeken die werden gedaan met behulp van een voorbeeldbrief van Tros Radar. Dexia vond dat de gedupeerden massaal misbruik van recht maakten door inzage te vragen. 

Zo maakt Dexia het de gedupeerden moeilijk om zich voor te bereiden op een eventuele rechtszaak. Veel gegevens kunnen belangrijk zijn in een juridische procedure. Een klant zal maar net het aandelenlease-contract kwijt zijn, of de telefoongesprekken willen teruglezen die met Dexia zijn gevoerd. Maar de weigerachtige houding van Dexia kan ook verklaard worden uit het feit dat Dexia geen wettelijk verplichte cliëntprofielen heeft opgesteld en niet kan aantonen dat zij daadwerkelijk voor een specifieke cliënt aandelen heeft gekocht. Het ontbreken van een cliëntprofiel levert schending van de zorgplicht op, een van de juridische argumenten waarmee gedupeerden schadevergoeding van Dexia kunnen eisen. Overigens is de ervaring van HelloLaw dat Dexia tegenwoordig zonder veel morren de door onze cliënten gevraagde, beschikbare gegevens verstrekt.

Wettelijk recht op inzage
Iedereen heeft het recht om een instantie te vragen of er persoonlijke gegevens worden verwerkt. En als dat zo is, dan heeft de betrokkene recht op inzage in die gegevens. Het inzagerecht is geregeld in artikel 35 lid 1 van de Wet Bescherming Persoonsgegevens (WBP):

De betrokkene heeft het recht zich vrijelijk en met redelijke tussenpozen tot de verantwoordelijke te wenden met het verzoek hem mede te delen of hem betreffende persoonsgegevens worden verwerkt. De verantwoordelijke deelt de betrokkene schriftelijk binnen vier weken mee of hem betreffende persoonsgegevens worden verwerkt. 

Termijnen
Indien Dexia een verzoek om inzage ontvangt, moet Dexia binnen 4 weken schriftelijk laten weten of er gegevens van de verzoeker worden verwerkt. Bij een afwijzende reactie heeft de gedupeerde 6 weken de tijd om een verzoekschrift naar de rechtbank te sturen dan wel het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) om bemiddeling te vragen. Als de bemiddelingspoging van het CBP geen resultaat heeft, dan kan de gedupeerde binnen 6 weken alsnog naar de rechter stappen.

Het oordeel van het College Bescherming Persoonsgegevens
De nationale privacy-waakhond, het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP), heeft Dexia reeds meerdere malen publiekelijk op de vingers getikt. Desondanks weigert Dexia hardnekkig de oordelen van het CBP op te volgen, niet in de laatste plaats omdat de adviezen van het CBP juridisch niet bindend zijn. Beleggers moeten maar naar de rechter stappen, redeneert Dexia. 

Praktische uitwerking inzagerecht bij Dexia 
Een aantal beleggers had bij het CBP geklaagd over het feit dat Dexia onvoldoende inzage gaf in de gegevens die de bank van hen bijhield. Het CBP is zelfstandig een onderzoek gestart naar het beleid van Dexia. Naar aanleiding van het voortdurende getreiter van Dexia heeft het CBP heeft in september 2004 de “Praktische uitwerking inzagerecht bij Dexia” gepubliceerd. Daarin staat helder waaraan Dexia aan moet voldoen. 

Positie Dexia
Dexia vond dat veel inzageverzoeken alleen worden gedaan met het doel Dexia te schaden. De klanten misbruiken hun rechten, volgens de bank. Dexia vond ook dat zij door te voldoen aan de inzageverzoeken, zij haar eigen juridische positie in een rechtszaak zou ondergraven. Het belang van Dexia zou dus vóór moeten gaan boven het belang van haar klanten. 

Rechten van klanten
De klant heeft het recht zich vrijelijk en met redelijke tussenpozen tot Dexia te wenden met het verzoek hem mede te delen of Dexia gegevens van hem verwerkt. Het belang van de klant bij het recht op kennisneming wordt voorondersteld. Dit betekent dat degene van wie Dexia gegevens heeft, niet eerst hoeft aan te tonen een specifiek belang te hebben bij het opvragen van de gegevens. Verder hoeft de betrokkene een verzoek om kennisneming niet te motiveren. Ook de Gedragscode verwerking persoonsgegevens financiële instellingen vermeldt dat het recht kennis te nemen van de eigen gegevens een algemeen erkend recht is dat slechts in uitzonderingssituaties vervalt.

Volledig en begrijpelijk overzicht
Als er gegevens worden verwerkt, dan moet Dexia hiervan een volledig en begrijpelijk overzicht van de gegevens verschaffen, inclusief bijkomende informatie: 

  • doel van de gegevensverwerking;
  • categorieën van gegevens;
  • herkomst van de gegevens;
  • ontvangers van de gegevens. 

Wat is een 'overzicht'? 
Er bestond ook verschil van mening over de betekenis van het woord 'overzicht'. Dexia vertaalde het woord als: 'een beknopt verhaal, korte samenvatting synoniem samenvatting'. Dexia mag niet volstaan met het geven van een samenvatting van de gegevens. Daardoor zou een groot deel van de relevante details wegvallen. Het CBP ziet wel in dat het soms moeilijk is om een volledig overzicht te geven. Dat is bijvoorbeeld het geval bij geautomatiseerde systemen, waarvan een uitdraai voor betrokkene onbegrijpelijk zou zijn.

Telefoonnotities
Dexia weigerde ook structureel inzage te geven in telefoonnotities en gespreksverslagen. Dexia voerde aan dat de betrokkene geen reden had opgegeven. Het CBP veegt dit argument van tafel. De verzoeker hoeft geen reden aan te voeren bij het verzoek. Het is een algemeen erkend recht om kennis te nemen van de eigen gegevens. Slechts in uitzonderingsgevallen mag Dexia inzage weigeren, maar Dexia mag verzoeken niet structureel en zonder motivering afwijzen. 

Algemene verzoeken
Het CBP vindt wel dat Dexia bij zeer algemene verzoeken om inzage mag vragen om een precisering van de vraag. Anders zou het een onevenredige administratieve inspanning vergen. Ook zou Dexia ervoor kunnen kiezen om in eerste instantie alleen een overzicht van de stukken in het dossier te geven.

Werkwijze Dexia nog steeds onrechtmatig 
Het CBP constateerde in oktober 2004 dat Dexia hardnekkig bleef weigeren gehoor te geven aan de praktische uitwerking van het inzagerecht: 

De door Dexia Bank Nederland N.V. (Dexia) aan het CBP voorgestelde werkwijze om cliënten die daarom verzoeken inzage te geven in hun gegevens blijft naar het oordeel van het CBP onrechtmatig. Het CBP verwacht dat Dexia haar werkwijze alsnog aanpast conform de geldende privacywet- en regelgeving.

Naar de rechter
Op grond van artikel 46 WBP kunnen klanten wiens inzageverzoek niet (volledig) door Dexia wordt ingewilligd, naar de rechter gaan voor verdere afhandeling van hun inzageverzoek. Dit kan door middel van een verzoekschriftprocedure waarvoor de bijstand van een advocaat niet nodig is. Een vormvrije brief aan de rechtbank is voldoende. Voor deze procedure kan door de griffier van de rechtbank een griffierecht worden geheven. Ook is aan deze procedure een procesrisico verbonden.

De Geschillencommissie Bankzaken en meerdere rechtbanken hebben zich inhoudelijk uitgesproken over het recht op inzage van klanten in hun persoonsgegevens bij Dexia. In deze uitspraken wordt tot nog toe verschillend geoordeeld over de toepassing van het inzagerecht in de specifieke voorgelegde situaties. De meeste rechters hebben Dexia in het ongelijk gesteld en Dexia bevolen op straffe van een dwangsom de gegevens te overhandigen. 

Rechtbank Rotterdam (20 mei 2005, LJN:AT8525):
De rechtbank in Rotterdam is zeer uitgebreid ingegaan op de gegevens die Dexia moet verschaffen. Een belegger had verzocht om inzage in de volgende gegevens:

  • kopieën van de overeenkomsten;
  • het risicoprofiel;
  • de aankoopbewijzen van de in de affectenlease-overeenkomsten genoemde aandelen;
  • de afschriften van dividenduitkeringen;
  • de inventarisatie van zijn kredietwaardigheid;
  • een schriftelijke uitwerking van gevoerde telefoongesprekken;
  • alle overige documenten die op hem van toepassing zijn.
  • inlichtingen over het doel van de verwerkingen, de ontvangers van de gegevens en over de herkomst van de gegevens.

Dexia weigerde deze gegevens te overleggen omdat de belegger misbruik van recht zou maken. De belegger zou het verzoek alleen maar doen om zijn processuele positie in het conflict te verbeteren. Verder zou de belegger de bedrijfsvoering van Dexia willen schaden, hetgeen zou blijken uit het gebruik van een standaardbrief van Tros Radar. De rechter verwijst naar de brief van het CBP aan Dexia van 13 oktober 2004 waarin staat:

  • dat Dexia op een in algemene bewoordingen gesteld verzoek tot kennisneming met een overzicht dient te komen dat inzicht geeft in de aanwezige stukken, en dat het overzicht dat Dexia gebruikt, niet aan die eis voldoet;
  • dat categorische weigering van verzoeken tot kennisneming in een conflictsituatie onrechtmatig is;
  • dat categorische weigering van verzoeken tot kennisneming indien de Radarvoorbeeldbrief is gebruikt, onrechtmatig is;
  • dat niet goed voorstelbaar is dat Dexia niet in staat is de telefoongesprekken van augustus 2000 tot augustus 2002 gestructureerd terug te vinden en uit te luisteren, en dat het College ervan uit gaat dat een zoekfunctie aanwezig is die de telefoongesprekken ontsluit op een wijze die de verzameling banden onder het bestandsbegrip van de Wbp brengt;
  • dat zij de stellingname van Dexia m.b.t. de aankoopbewijzen en de dividendbewijzen niet kan volgen, en dat het volgens het CBP gaat om persoonsgerelateerde informatie.

De rechter oordeelt:

Geen misbruik van recht
Welk doel de cliënt heeft met zijn verzoek tot kennisneming speelt in beginsel geen rol. Het recht op kennisneming van de stukken gaat boven de mogelijke schade die Dexia zal lijden in haar processuele positie. Dexia dient er bij haar bedrijfsvoering rekening mee te houden dat iedere cliënt zich - met redelijke tussenpozen - tot Dexia kan wenden met een verzoek om kennisneming. De cliënt maakt geen misbruik van zijn rechten. Uit niets blijkt dat de verzoeker het recht op kennisneming aanwendt om informatie te verkrijgen waartoe hij niet gerechtigd is, ook niet uit het feit dat een standaardbrief wordt gebruikt.

Overzicht lijst van stukken
Dexia mag in eerste instantie volstaan met een overzicht dat inzicht geeft in de aanwezige stukken. De cliënt moet in staat zijn om verwijdering of correctie te verzoeken (artikel 36 WBP) en kopieën en begrijpelijke uitdraaien op te vragen. Ook stukken die reeds in het bezit van verzoeker kunnen zijn, zoals correspondentie en overeenkomsten, moeten in het overzicht staan en de cliënt heeft recht op kennisneming hiervan. 

Beleggerservaring, beleggingsdoelstellingen en de financiële positie
Verwerkte gegevens met betrekking tot beleggerservaring, beleggingsdoelstellingen en de financiële positie van verzoeker dienen in het te verstrekken overzicht opgenomen te worden.

Aan- en verkoopbewijzen
Voor zover de aangekochte of verkochte aandelen of de afschriften van dividenduitkeringen herleidbaar zijn tot de persoon van verzoeker, gaat het om persoonsgegevens, waarvan melding gemaakt moet worden in het te verstrekken overzicht.

Inventarisatie van de kredietwaardigheid
De gegevens die Dexia heeft verwerkt met betrekking tot de kredietwaardigheid van verzoeker aan te merken zijn als persoonsgegevens. Hieronder valt ook de informatie die van het BKR is verkregen of aan het BKR is verstrekt. Deze gegevens dienen in het overzicht te worden vermeld, in plaats van verzoeker te verwijzen naar het BKR.

Telefoonnotities en gespreksverslagen
Voor wat betreft de schriftelijke uitwerking van gevoerde telefoongesprekken voerde Dexia aan:

  • dat een verzoeker dient te specificeren om welke gesprekken het hem/haar gaat, van welke datum deze zijn en wat daarin zou zijn besproken;
  • dat er geen wettelijke verplichting op Dexia rust om telefoongesprekken op te nemen en Dexia ook niet gehouden is de bandopnamen zo op te slaan dat deze snel of eenvoudig toegankelijk zijn;
  • dat er geen bandopnamen beschikbaar zijn van gesprekken die zijn gevoerd vóór augustus 2000;
  • dat er in de "tussenperiode" (van augustus 2000 tot augustus 2002) soms opnamen zijn gemaakt en deze soms nog beschikbaar zijn, maar dat deze verzameling bandopnamen niet aan de definitie van bestand in art. 1 sub c Wbp voldoet: het gaat niet om een gestructureerd geheel en de bandopnamen zijn (daardoor) ook niet gemakkelijk toegankelijk. Deze bandopnamen vallen dan ook volgens Dexia niet onder het recht op kennisneming ex artikel 35 Wbp;
  • dat vanaf augustus 2002 van alle telefoongesprekken opnamen zijn gemaakt.

Dexia heeft meegedeeld dat alle telefoongesprekken vanaf augustus 2002 zijn geïnventariseerd en gerangschikt per dag, dat voor die periode is na te gaan welke cliënt wanneer heeft gebeld en dat het ongeveer 15 minuten kost om een telefoongesprek te vinden als het is gevoerd.

De rechtbank oordeelt dat telefoonnotities die tot de verzoeker herleidbaar zijn in het overzicht dienen te worden vermeld met informatie over datum, tijdstip en duur gesprek en de naam van de gesprekspartners. Dit geldt voor de opnamen van telefoongesprekken vanaf augustus 2002. Met betrekking tot gespreksopnamen van voor augustus 2002 oordeelt de rechter dat deze ook ontsloten moeten worden. De rechtbank baseert zich hierbij op artikel 8 van de Gedragscode Verwerking Persoonsgegevens Financiële Instellingen en verwijst naar uitspraken in zaken tegen Dexia in bindend advies van de Geschillencommissie Bankzaken. Daarin is overwogen dat Gedragscode Dexia verplicht om technische en organisatorische voorzieningen te treffen om de opgenomen telefoongesprekken te kunnen traceren en reconstrueren. 

Dexia is daarom verplicht verzoeker op dezelfde wijze te informeren omtrent de verwerking van met hem gevoerde en opgenomen telefoongesprekken van voor augustus 2002 als van na augustus 2002.
Voor beide perioden geldt echter dat Dexia van verzoeker mag verlangen dat hij eerst aangeeft of er volgens hem sprake is geweest van telefoongesprekken en daarbij (zoveel mogelijk) aangeeft wanneer die gesprekken zouden zijn gevoerd.

De handelswijze van Dexia houdt in dat de cliënt na het verstrekken van het overzicht de opnamen mag beluisteren op het hoofdkantoor van Dexia in Amsterdam. Indien de cliënt transcripties wil van de gevoerde telefoongesprekken, moet hij dat schriftelijk aanvragen en zal daarvoor een bedrag in rekening worden gebracht. De rechtbank kan zich vinden in deze handelwijze. 

Overige gegevens
Ook bij een ruim, ongespecificeerd verzoek dient Dexia alle overige gegevens op te nemen in het te verstrekken overzicht.

Herkomst en ontvangers van de gegevens
Dexia kan geen specifieke informatie over de herkomst verstrekken, omdat zij niet van geval tot geval vastlegt hoe zij aan die gegevens is gekomen. Hiertoe is Dexia niet verplicht. Dexia hoeft slechts de wél vastgelegde, beschikbare informatie omtrent de herkomst van de gegevens op te nemen in het overzicht. Van de ontvangers hoeft Dexia slechts de categorieën van ontvangers op te nemen.

Dwangsom
In deze zaak legde de rechtbank een dwangsom op van € 250,= voor elke dag waarin Dexia in gebreke blijft mee te werken aan het verzoek om inzage (maximaal € 5.000,=). 

Afwijkend oordeel: specifiek belang aangeven
Op 12 januari 2005 deed de rechter in Utrecht een afwijkende uitspraak (LJN: AS2127). Een klant van Dexia had gevraagd zijn persoonsgegevens te mogen inzien die de bank in haar bezit heeft. De klant had -net als duizenden anderen- een standaardbrief van Tros Radar gedownload en opgestuurd naar Dexia. Volgens de rechter had de betreffende klant in principe gelijk, maar had hij onvoldoende duidelijk gemaakt wat zijn specifieke belang bij het opvragen van de gegevens is.

In hoger beroep
Voor het voeren van een procedure in hoger beroep over de verstrekking van persoonsgegevens is geen advocaat nodig. Ook in hoger beroep is geen advocaat nodig 

Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Op 16 januari 2006 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in twee zaken uitspraak gedaan over het inzagerecht van Dexia-gedupeerden (LJN-nummers: AV0011 en AV0012). Enkele interessante punten:

Misbruik van recht?
Het is op zich mogelijk dat de verzoeker misbruik van het inzagerecht maakt, maar het is aan Dexia om dat met feiten en omstandigheden aan te tonen. Dexia is hier niet in geslaagd. De enkele omstandigheid dat de verzoeker de gegevens eventueel in een juridische procedure gaat gebruiken waardoor Dexia in een nadeliger positie terecht komt, bewijst nog niet dat sprake is van misbruik van recht. 

Voldoende belang?
De verzoeker heeft voldoende belang om een verzoek om inzage te doen. Hij moet kunnen controleren of Dexia zijn persoonsgegevens goed heeft geregistreerd. Zelfs wanneer de verzoeker al overzichten heeft ontvangen en op de hoogte is van het contract en de gevoerde correspondentie en telefoongesprekken, dan nog moet de verzoeker kunnen controleren of Dexia de gegevens correct heeft verwerkt om zo eventueel de gegevens te laten corrigeren. 

Telefoongesprekken en kostenvergoeding
De betrokkene heeft ook recht op transcripties van gevoerde telefoongesprekken. Het zal Dexia tijd en moeite kosten om de gesprekken uit te werken, maar dit is geen bijzondere omstandigheid om de afgifte van de transcripties te weigeren. Dexia kan een standaardvergoeding vragen voor het uitwerken van de gesprekken. Dexia bewaart de bandopnamen van telefoongesprekken met het oog op haar procespositie in een eventuele juridische procedure. Volgens het hof heeft de Dexia-klant daarom hetzelfde belang. Het hof vermeldt ook dat Dexia geen telefoongesprekken mag wissen omdat beide partijen in een eventuele juridische procedure over gelijke wapens moeten kunnen beschikken. 

Groot aantal verzoeken
Dexia vond dat ze de vele inzageverzoeken (3900) mocht afwijzen omdat de verzoeken slecht gedaan werden om Dexia te schaden. Het hof veegt dit argument van tafel. Elk verzoek moet als een individueel verzoek beoordeeld worden. Dexia kan niet aantonen dat ze op onevenredig hoge kosten gejaagd zou worden als ze tegemoet zou komen aan het individuele verzoek.

Conclusie
Tot in hoger beroep is bevestigd dat Dexia onverkort moet voldoen aan de Wet bescherming persoonsgegevens. Cliënten hebben in beginsel recht op inzage in alle door Dexia verwerkte gegevens die de cliënt betreffen. Slechts in uitzonderingsgevallen kan Dexia inzage weigeren of eerst precisering van het inzageverzoek vragen. Hopelijk zal Dexia in de toekomst volledig tegemoet komen aan gerechtvaardige inzageverzoeken. 

 

Update 15 februari 2006
Dexia wil niet de informatie geven waarom het hof heeft gevraagd. Dexia gaat eerst in cassatie bij de Hoge Raad, waardoor de betrokken gedupeerden langer moeten wachten voordat zij de gevraagde gegevens krijgen.
Zie Gerechtshof 's-Hertogenbosch 9 februari 2006, LJN: AV1483 en AV1486.

Laat een reactie achter

Restricted HTML

  • Allowed HTML tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd> <h2 id> <h3 id> <h4 id> <h5 id> <h6 id>
  • Lines and paragraphs break automatically.
  • Web page addresses and email addresses turn into links automatically.

Reacties (1)

B. Henderson, correspondentieadres: 7031 XR 34
Tue, 02/14/2006 - 14:47

Ik ben op zoek naar Juristen die meer willen weten over de rol van:
1. leden van de raad van bestuur Aegon i
2. leden van de directie van Aegon
3. Accountmanagers
4. de tussenpersonen BVs waar Aegon een gouden aandeel in heeft;
5. kanaaldistributiebeheersingsmethoden
6. tussenpersoonketens
7. commercieel directeur
8. financieel directeur
9. de be?nvloeding van de prijs van specifieke aandelen
10. het niet aanbieden van de mogelijkheid om effecten te belenen ipv het leasen van aandelen
11. het gefasieerd op de markt brengen van aandelen vanuit een bepaalde rechtspersoon en de directe en indirecte verwevenheid van bestuurders bij deze rechtspersoon en het gelijktijdig optreden als bestuurder bij een direct bij de aandelenverkoop belanghebbende rechtspersoon

Waarom lid worden van HelloLaw?
  • Krijg onbeperkt juridisch advies
  • Profiteer van de laagste prijzen
  • Krijg korting op advocaten
  • Bespaar geld
Word nu lid
Direct advies:
ma - do: 8.00 tot 20.00 uur
vrij: 8.00 tot 18.00 uur
za: 10.00 tot 18.00 uur