Foutje van advocaat kost hem 20.000 euro

De rechtsvragen
In deze zaak speelden de volgende vragen een belangrijke rol: stel dat de vordering niet was verjaard, had de dader dan wel geld genoeg gehad om de schadevergoeding te betalen? En moet het slachtoffer in de procedure tegen de advocaat aannemelijk maken dat dit het geval is?

De zaak
Tijdens een vechtpartij in juni 1983 was aan de cliënt van de advocaat oogletsel toegebracht. Dit oogletsel leidde uiteindelijk tot een ernstige vermindering van het gezichtsvermogen. De dader had in 1983 de aansprakelijkheid voor de gevolgen van het ongeval erkend. Er was echter geen vordering tot schadevergoeding ingediend. De verjaring van de vordering van de cliënt was door de toenmalige advocaat voor het laatst gestuit in november 1992. Daarna was de behandeling van de zaak overgenomen door een andere advocaat, die verzuimd heeft de verjaring voor november 1997 opnieuw te stuiten.

Schadevergoeding
Het slachtoffer vorderde nu bij de rechter een verklaring voor recht dat de advocaat gehouden is zijn schade en kosten te vergoeden, en dat aan die verplichting niet de voorwaarde kan worden verbonden dat het slachtoffer dient aan te tonen dat hij deze schade op de dader had kunnen verhalen.

De rechtbank
De rechtbank had deze vordering afgewezen omdat het slachtoffer, op wie het bewijs van zijn stellingen rust, het noodzakelijke bewijs niet had geleverd. Naar het oordeel van de rechtbank diende aannemelijk te worden dat het slachtoffer, indien de verjaring wel tijdig zou zijn gestuit, die vordering zou zijn toegewezen en de schade verhaald had kunnen worden.

Het hof
Het slachtoffer ging in hoger beroep bij het hof. Het hof was het niet eens met de rechtbank. Volgens het hof betekende het feit dat de vordering was verjaard alleen al dat schade was geleden. Verder bepaalde het hof dat zeker niet vaststond dat de dader onvoldoende geld zou hebben gehad of nog zou kunnen verdienen om daarvan de schade te vergoeden. De dader had namelijk een HAVO-diploma en had ook nog een vervolgopleiding gedaan. Op grond hiervan oordeelde de rechter dat de (ex)advocaat een beroepsfout had gemaakt en voor de schade aansprakelijk was.

Hoogte vergoeding
Als uitgangspunt bij de schadebegroting heeft volgens het hof te gelden dat de schade zal moeten worden bepaald op het eventuele nadelige verschil tussen het bedrag dat de benadeelde zonder de verjaring in geval van executie van de veroorzaker zou hebben ontvangen en het bedrag dat hij in feite ontvangt. Daarbij moet niet te snel worden aangenomen dat het slachtoffer de schade niet had kunnen verhalen op de dader. Gelet op dit alles, en gelet op de vergoedingen in vergelijkbare gevallen, stelde het hof het smartengeld vast op € 20.000,-.

Gerechtshof Leeuwarden, 6 augustus 2008, LJN: BD9883

Laat een reactie achter

Restricted HTML

  • Allowed HTML tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd> <h2 id> <h3 id> <h4 id> <h5 id> <h6 id>
  • Lines and paragraphs break automatically.
  • Web page addresses and email addresses turn into links automatically.
Waarom lid worden van HelloLaw?
  • Krijg onbeperkt juridisch advies
  • Profiteer van de laagste prijzen
  • Krijg korting op advocaten
  • Bespaar geld
Word nu lid
Direct advies:
ma - do: 8.00 tot 20.00 uur
vrij: 8.00 tot 18.00 uur
za: 10.00 tot 18.00 uur