Hoelang heb je recht op een WW-uitkering? Lees het hier!

Hoelang heb ik recht op een WW-uitkering?

Geschreven door Anouk van Amelsvoort

Je bent helaas je baan kwijt of dreigt werkloos te raken. En nu? Toets in dit artikel allereerst of je recht hebt op WW. Misschien heb je wel iets vernomen over de wijziging in de duur van de WW: Sinds 1 januari 2016 wordt de duur van de WW geleidelijk teruggebracht van 38 maanden naar 24 maanden. De WW berekening was al niet eenvoudig, maar met deze regeling erbij kan de WW al helemaal genomineerd worden voor een van de moeilijkste Sociale Zekerheids berekeningen. Hoe ziet dit stapsgewijs terugbrengen van de uitkeringsduur er nu precies uit? En wat betekent dit voor de duur van jouw specifieke WW-uitkering?

Opbouw WW-uitkering

Onder de huidige wetgeving heb je minimaal recht op een WW-uitkering voor drie maanden en maximaal voor 38 maanden. Dit maximum van 38 maanden zal over de periode vanaf 1 januari 2016 tot 1 april 2019 in etappes worden afgebouwd naar maximaal 24 maanden. Wanneer je na 1 januari 2016 een WW-uitkering krijgt kan dit gevolgen hebben voor de duur van de WW.  

Voorwaarden WW

Een WW-uitkering bedraagt minimaal 3 maanden. Om in aanmerking te komen moet je aan de volgende vier voorwaarden voldoen: 

  1. Je wordt als werknemer aangemerkt. Je verricht arbeid op basis van loondienst, je hebt een gezaghebbende werkgever en werkt dus niet als zelfstandige. 
     
  2. Je moet werkloos zijn geworden. Dit hoeft niet te betekenen dat je helemaal geen werk meer hebt. Je moet een arbeidsurenverlies hebben van minimaal vijf uren. Let hierbij wel op dat je je beschikbaar houdt voor werk. 
     
  3. Referte-eis. Dit betekent dat je, voorafgaand aan de eerste dag van werkloosheid, van de 36 weken minstens 26 weken gewerkt hebt. Vereist is dus dat je minstens 26 weken voorafgaand aan je werkloosheid werkzaamheden moet hebben verricht. In geval van ziekte wordt de referteperiode verlengd met het aantal weken dat je ziek bent. Maar als je bijvoorbeeld werkt op basis van een nul-uren contract en meer dan 10 weken binnen de laatste 36 weken niet bent ingeroosterd, kan dat betekenen dat je hierdoor geen WW ontvangt. De referte-eis wordt ook wel de wekeneis genoemd.
     
  4. Er is geen sprake van een uitsluitingsgrond. Er zijn een aantal uitsluitingsgronden, waardoor je wordt uitgesloten van de WW. Een veel voorkomende uitsluitingsgrond is wanneer je nog recht hebt op loon van de werkgever, bijvoorbeeld omdat de werkgever het arbeidscontract heeft beëindigd, maar de opzegtermijn niet in acht heeft genomen. Over de opzegtermijn is de werkgever dan nog loon verschuldigd. Het UWV komt pas in beeld wanneer de opzegtermijn is verstreken. Overige uitsluitingsgronden kunnen zich voordoen wanneer je al een andere uitkering ontvangt, zoals op basis van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of de Ziektewet, of als je in de gevangenis zit of buiten Nederland woont. Op dit laatstgenoemde zijn wel weer uitzonderingen, bijvoorbeeld wanneer je gedeeltelijk aan het werk gaat als grensarbeider.
     

Verlenging van de WW-uitkering

Als je aan bovengenoemde eisen voldoet heb je recht op de minimale WW-uitkering van 3 maanden. Deze drie maanden gelden dus voor iemand die net 36 weken heeft gewerkt, maar ook voor iemand die bijvoorbeeld drie jaar heeft gewerkt. Wanneer je echter in aanmerking wilt komen voor een langere WW-uitkering moet je aan de arbeidsverledeneis voldoen. Om voor verlenging van de WW in aanmerking te komen, moet je van de vijf jaren voorafgaand aan de werkloosheid minstens vier jaar gewerkt hebben. In elk van deze vier kalenderjaren moet je over minstens 208 uur loon per kalenderjaar hebben ontvangen. (Dit geldt per 1 januari 2013: De jaren tot en met 2012 geldt dat je tenminste over 52 dagen loon moet hebben ontvangen.)

Voorbeeld 
Als je in 2017 ontslagen bent, moet je van de 5 jaren: 2016, 2015, 2014, 2013 en 2012 minstens van 4 jaren 208 uren loon hebben ontvangen. De arbeidsverledeneis wordt ook wel de jareneis genoemd. Over het jaar 2012 geldt dat je minstens 52 dagen loon moet hebben ontvangen. 

Wanneer je aan de arbeidsverledeneis voldoet wordt je WW-uitkering verlengd. Hoelang je WW-uitkering duurt hangt af van je totale arbeidsverleden. Daarin wordt onderscheid gemaakt tussen fictief en feitelijk arbeidsverleden.

Fictief arbeidsverleden

Het fictieve arbeidsverleden zijn de jaren vanaf het jaar dat je 18 bent geworden tot 1998 (dus tot en met 1997). 

Voorbeeld 
Jan heeft in 1990 de leeftijd van 18 jaar bereikt. In 1992 is hij na zijn studie begonnen met werken. In 2018 wordt Jan ontslagen.  

Jan’s fictieve arbeidsverleden is dus 7 jaar: van 1990 tot 1998. Het maakt voor je fictieve arbeidsverleden niet uit of je in deze jaren gewerkt hebt. In plaats van de vijf daadwerkelijk gewerkte jaren (vanaf 1992 tot en met 1997), is Jan’s fictieve arbeidsverleden 7 jaar. 

Feitelijk arbeidsverleden

Voor het feitelijke arbeidsverleden maakt het wel uit of je daadwerkelijk gewerkt hebt. Het feitelijke arbeidsverleden is vanaf 1998 tot het jaar waarin je ontslagen bent (dus tot en met het jaar waarin je nog volledig gewerkt hebt). Om terug te komen op bovenstaand voorbeeld heeft Jan dus een feitelijk arbeidsverleden van 1998 tot en met 2017. Dat zijn 20 feitelijke arbeidsjaren.

Het fictieve en feitelijke arbeidsverleden bij elkaar opgeteld is het totale arbeidsverleden. In het geval van Jan is dit 27 jaar.

What’s new: nieuwe berekening

Vóór de wetswijziging van 1 januari 2016, zou Jan, met een arbeidsverleden van 27 jaar, 27 maanden WW-uitkering ontvangen. Het maximum was toen 38 maanden. Tegenwoordig is dit anders geregeld en deze berekening zal hieronder worden toegelicht. Het totale arbeidsverleden vormt nog steeds het uitgangspunt voor de berekening. 

Een arbeidsverleden van 10 jaar of korter 

Allereerst moet worden bepaald of jouw totale arbeidsverleden langer of korter is dan tien jaar. Als jouw totale arbeidsverleden tien jaar of minder bedraagt, geldt de oude regeling. Per gewerkt kalenderjaar krijg je één maand WW-uitkering. Heb je dus een arbeidsverleden van negen kalenderjaren, dan krijg je negen maanden WW. 

Als je een arbeidsverleden hebt van 11 jaar of meer moet er onderscheid worden gemaakt tussen een arbeidsverleden van 11 tot en met 23 jaar en een opgebouwd arbeidsverleden van meer dan 24 jaar.

Een arbeidsverleden van 11 jaar tot 24 jaar 

Als je uitkomt op een totaal arbeidsverleden tussen de 11 en 23 jaar heb je tot 1 januari 2016 recht op 1 maand per gewerkt kalenderjaar. Dit wil zeggen dat je tot en met 2015 gewoon 1 maand per gewerkt kalenderjaar krijgt. Vanaf 1 januari 2016 ontvang je nog maar 0,5 maand per kalenderjaar. Raak je in 2018 je baan kwijt, dan betekent dat dus dat je over de laatste twee kalenderjaren van je arbeidsverleden, 2016 en 2017, nog maar 0,5 maand opbouwt per kalenderjaar. Je telt dus gewoon het aantal jaren op en de kalenderjaren vanaf 2016 tellen als 0,5 in plaats van 1,0 maand per kalenderjaar. 

Een arbeidsverleden van 24 jaar of meer

Omdat de duur van WW wordt teruggebracht van 38 maanden naar 24 maanden, vinden in deze categorie de meeste wijzigingen plaats. Als je 24 jaar of meer aan arbeidsverleden hebt, pas je allereerst de oude rekensom toe. Tot 1 januari 2016 per volledig kalenderjaar is 1 maand WW-uitkering. 

In het geval van Jan, die in 2018 ontslagen is, geldt een arbeidsverleden van 27 jaar zoals we al vastgesteld hebben. Tot 2016 was zijn arbeidsverleden 25 jaar, 2016 en 2017 blijven dus over.

Voor de jaren vanaf 2016 (2016 en 2017) geldt een speciale berekening. Omdat er stapsgewijs wordt teruggedrongen, is het van belang wanneer je werkloos bent geworden. Hoe later je werkloos bent geworden, hoe meer je gekort zult worden. Deze korting op je arbeidsverleden zal 1 maand per kwartaal zijn vanaf 1 januari 2016 tot het moment van werkloosheid. Ieder kwartaal vanaf 1 januari 2016 betekent: 1 maand minder WW-uitkering. De duur van de WW-uitkering wordt niet korter dan 24 maanden.

Stel dat Jan 1 januari 2018 werd ontslagen. Dit betekent dat de periode van 1 januari 2016 tot het moment van ontslag 8 kwartalen telt. Deze 8 kwartalen betekenen dus voor Jan dat hij met 8 maanden gekort kan worden op zijn WW-uitkering. Dit zou betekenen dat Jan’s 25 maanden (arbeidsverleden tot 1 januari 2016) gekort worden met 8 maanden (8 kwartalen arbeidsverleden na 1 januari 2016). Maarde WW-uitkering mag niet verder worden gekort dan 24 maanden. Kortom: De duur van Jan’s WW-uitkering zal 24 maanden zijn.

Stel nu dat Jan 10 jaar eerder geboren was en dus 10 jaar eerder de leeftijd van 18 jaren had bereikt waardoor zijn fictieve arbeidsverleden 10 jaar eerder is begonnen. Als Jan dan op 1 januari 2018 ontslagen zou worden, zou hij een arbeidsverleden hebben van 37 jaar. Op 1 januari 2016 bedraagt zijn arbeidsverleden dus 35 jaar. Vanaf 1 januari 2016 tot 1 januari 2018 zijn 8 kwartalen. Je past dan de volgende rekensom toe: 35 – 8 = 27. Als Jan’s fictieve arbeidsverleden dus 10 jaar eerder zou zijn begonnen, in 1980 in plaats van 1990, zou zijn WW-uitkering 27 maanden duren in plaats van 24.

Stel nu dat Jan niet 1 januari 2018 ontslagen zou zijn maar 1 april 2017. 1 januari 2016 tot 1 april 2017 telt maar 5 kwartalen. Dit betekent dat het arbeidsverleden tot 1 januari 2016 van 35 maanden gekort wordt met maar 5 maanden, waardoor de duur van de WW 30 maanden bedraagt. 

Verwijtbaar werkloos: alsnog geen recht op WW

Nu je weet of je recht hebt op een WW-uitkering en hoelang deze uitkering duurt, moet de WW nog geldend gemaakt worden. Simpelweg betekent dit, dat je enkel voor een WW-uitkering in aanmerking komt wanneer je buiten jouw schuld om werkloos bent geworden. Met andere woorden: Wanneer je verwijtbaar werkloos bent geworden, kun je geen beroep doen op de WW. 

Wanneer je dus terecht door de werkgever op staande voet ontslagen bent is de deur naar de WW vaak gesloten. Dit geldt echter ook wanneer je met wederzijds goedvinden uit elkaar gaat, maar je hier zelf om verzocht hebt. Wanneer het initiatief dus bij jou als werknemer ligt ben je verwijtbaar werkloos. 

In veel gevallen proberen de werkgever en de werknemer een overeenkomst te sluiten door op papier overeen te komen dat het initiatief bij de werkgever ligt, terwijl dat in werkelijkheid niet het geval is. Op deze manier worden er vaak overeenkomsten gesloten waarbij de werkgever iets bereikt (bijvoorbeeld het niet doorbetalen van loon tijdens de opzegtermijn) in ruil voor het openen van de deuren naar de WW voor de werknemer. Het UWV heeft echter een onderzoeksplicht en moet minstens 10% van de aanvragen als verwijtbaar werkloos etiketteren. Het kan dus zijn dat het UWV de reden van het ontslag gaat onderzoeken. Het niet doorbetalen van de opzegtermijn of bijvoorbeeld geen ontslagvergoeding na lang dienstverband kunnen redenen zijn om zo’n onderzoek te starten. 

Vragen over jouw WW-uitkering?

Zie je met al deze verschillende berekeningen door de bomen het bos niet meer? Vraag je je af op hoeveel maanden WW-uitkering jij recht hebt? Nog steeds twijfels of je recht hebt op WW en voor hoelang? Neem dan gerust contact met ons op. Onze juristen kunnen je helpen met al je vragen over de WW. Natuurlijk staan we ook voor je klaar bij alle andere juridische vragen! 

Afbeelding: Hassan Khan
 

Laat een reactie achter

Restricted HTML

  • Allowed HTML tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd> <h2 id> <h3 id> <h4 id> <h5 id> <h6 id>
  • Lines and paragraphs break automatically.
  • Web page addresses and email addresses turn into links automatically.

Reacties (2)

Hans
Fri, 04/05/2019 - 23:15

ik heb sinds dec 2016 een ww uitkering met een arbeidsverleden van 44 jaar.
ik kom niet uit de rekenhulpen van de overheid, maar hoelang krijg ik WW
ben in 1955 geboren

Ryanne van HelloLaw
Tue, 04/09/2019 - 15:48

Beste Hans, Wij kunnen jou helpen de rekenhulp in te vullen bij het UWV. Ik heb je hiervoor een e-mail gestuurd.

Lees meer juridisch nieuws

Waarom lid worden van HelloLaw?
  • Krijg onbeperkt juridisch advies
  • Profiteer van de laagste prijzen
  • Krijg korting op advocaten
  • Bespaar geld
Word nu lid
Direct advies:
ma - do: 8.00 tot 20.00 uur
vrij: 8.00 tot 18.00 uur