Terugvlucht naar andere luchthaven: recht op schadevergoeding?

In mei 2005 kreeg de vliegtuigmaatschappij Onur Air van de Inspectie Verkeer en Waterstaat een landingsverbod voor Nederland opgelegd voor een maand. Door deze maatregel kon de reisorganisatie niet voldoen aan haar verplichting om vakantiegangers in Turkije terug te laten vliegen naar Amsterdam Schiphol. De reisorganisatie bood de reizigers daarom aan om de terugreis te laten lopen via Brussel Airport om vanuit daar met de bus verder te gaan naar Nederland. De meeste reizigers accepteerden dit alternatief maar anderen weigerden dit. Zij meenden dat Brussel geen redelijk alternatief was en slechts bedoeld was om het landingsverbod te omzeilen. Deze reizigers maakten vervolgens hoge kosten om een aantal dagen later op eigen gelegenheid naar Nederland terug te komen en verlangde daarom schadevergoeding van de reisorganisatie op grond van niet-nakoming van haar verplichtingen. De reisorganisatie vond dat er sprake was van overmacht en weigerde te betalen. De gedupeerden legden de zaak vervolgens voor aan de rechter.

De gedupeerde reizigers baseerden hun schadeclaim op de volgende argumenten:

  • de reisorganisatie heeft wanprestatie gepleegd door haar verplichtingen ten aanzien van de overeengekomen retourvlucht niet na te komen;
  • het landingsverbod van Onur Air komt voor rekening en risico van de reisorganisatie zodat de tekortkoming aan de reisorganisatie toe te rekenen is;
  • de organisatie heeft de reizigers geen redelijk alternatief geboden door hen met dezelfde maatschappij – waarvoor in Nederland tenslotte niet voor niets een vlieg- en landingsverbod gold – naar Brussels Airport te laten vliegen en vervolgens met een busreis verder naar Nederland te laten reizen;
  • aangezien de tekortkoming toerekenbaar is aan de reisorganisatie en geen redelijk alternatief geboden was, is een vergoeding van de geleden schade op zijn plaats;
  • de algemene voorwaarden waar de organisatie zich op beroept ten aanzien van overmacht zijn niet ter hand gesteld en dus niet rechtsgeldig.

De reisorganisatie stelde niet verantwoordelijk of aansprakelijk te zijn om de volgende redenen:

  • de bij de reizigers opgewekte angst om nog met Onur Air te vliegen vanwege het van overheidswege opgelegde verbod was onterecht omdat het verbod in hoofdzaak gebaseerd was op administratieve gebreken;
  • de organisatie heeft geprobeerd een ander, passend alternatief voor de reizigers te verzorgen maar die hebben dat ten onrechte niet afgewacht;
  • de reizigers hebben hun verplichting om geen onnodige kosten te maken geschonden door zonder overleg langer te blijven en zelf de terugvlucht te regelen;
  • er is sprake van overmacht als beschreven in de algemene voorwaarden van de reisovereenkomst: het landingsverbod van de vliegtuigmaatschappij kan de reisorganisatie niet worden aangerekend. 

Het oordeel van de rechter: algemene voorwaarden
Om te beginnen geeft de rechter zijn oordeel over de algemene voorwaarden. Op het moment dat de reizigers de reis boekten, waren ze – al dan niet bewust – akkoord gegaan met de algemene voorwaarden van de reisorganisatie en daardoor aan deze voorwaarden gebonden. Deze voorwaarden zijn alleen rechtsgeldig als ze niet ten nadele van de reiziger afwijken van de wettelijke bepalingen ten aanzien van algemene voorwaarden en wanneer de voorwaarden aan de consument ‘ter hand zijn gesteld’. Dit houdt in dat de consument een of andere mogelijkheid moet hebben gehad om de voorwaarden in te zien. Door de boeking via internet te doen, kunnen de reizigers zich niet beroepen op de omstandigheid dat de voorwaarden niet ter hand zijn gesteld waardoor deze niet rechtsgeldig zouden zijn. Echter, de maatschappij kan zich weer niet beroepen op de algemene voorwaarde dat bij overmacht alle aansprakelijkheid afgewezen wordt omdat dit niet is toegestaan volgens de wet. 

De rechter ging echter snel voorbij aan de gebondenheid van de reiziger aan de algemene voorwaarden enerzijds en de rechtsgeldigheid van diezelfde voorwaarden anderzijds. Voor de rechter stond namelijk vast dat de aangeboden terugvlucht via Brussel een wijziging betrof die inderdaad voor risico kwam van het reisbureau aangezien zij verantwoordelijk is voor de door haar ingeschakelde maatschappij Onur Air en de wijziging voorvloeit uit een van overheidswege genomen maatregel. Deze omstandigheid brengt met zich mee dat door de reizigers geleden schade normaal gesproken vergoed zou moeten worden door het reisbureau. Iedere uitsluiting van aansprakelijkheid door de reisorganisatie in een geval als dit, kan niet op grond van de wet. Maar daarmee is de schade volgens de rechter nog niet toewijsbaar. Hij stelt daartoe het volgende. 

Het oordeel van de rechter: redelijkheid en billijkheid 
Volgens de rechter stond vast dat de maatschappij er voor kon zorgen dat de gedupeerde reizigers op de afgesproken dag terug konden vliegen en weliswaar via een omweg maar uiteindelijk toch op de plaats van bestemming zouden aankomen. Onur Air had zich voldoende ingespannen om een zoveel mogelijk gelijkwaardig alternatief voor de terugreis aan te bieden en niet kan worden aangenomen dat dat alternatief voor deze reizigers tot een (vermogens)nadeel van meer dan geringe betekenis zou leiden. De redelijkheid van het alternatief blijkt onder meer uit het volgende:

  • in het hedendaagse (vakantie)reisverkeer is het niet ongebruikelijk om af en toe wat ongemak en vertraging te hebben; men dient hier rekening mee te houden;
  • er was geen (voldoende) plaats meer voor reizigers van Onur Air bij andere maatschappijen die op de dag van terugkeer (en de daarop volgende dagen) op Nederland vlogen;
  • de angst van het gezin om uit veiligheidsredenen niet meer met Onur Air te willen vliegen is onder deze omstandigheden niet onbegrijpelijk maar ongegrond aangezien de Nederlandse maatregel niet werd gevolgd door andere landen en andere passagiers het evenmin bezwaarlijk vonden om te vliegen met Onur Air;

Tot slot overweegt de rechter dat het gezin de verplichting had extra kosten aangaande de zelfgekozen terugreis zoveel mogelijk te beperken. Door dit na te laten en hierover geen overleg te hebben met de maatschappij, is het niet meer dan redelijk dat deze kosten voor rekening komen van de reizigers zelf. 

Conclusie 
Consumenten denken al snel dat er een recht is op ruilen, garantie, service een of andere vorm van schadevergoeding als er ten aanzien van het afnemen van een product of een dienst van een bedrijf iets misgaat. Vaak is dit het geval. Echter, uit bovenstaande blijkt dat u als consument ook plichten heeft en niet onder alle omstandigheden recht op schadevergoeding heeft: soms dient u met (iets) minder genoegen te nemen.

Kantonrechter Zwolle, 20 juni 2006, LJN: AX8891

Heeft u vragen naar aanleiding van dit artikel: bel JuroFoon BV 0900-1411

Laat een reactie achter

Restricted HTML

  • Allowed HTML tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd> <h2 id> <h3 id> <h4 id> <h5 id> <h6 id>
  • Lines and paragraphs break automatically.
  • Web page addresses and email addresses turn into links automatically.
Waarom lid worden van HelloLaw?
  • Krijg onbeperkt juridisch advies
  • Profiteer van de laagste prijzen
  • Krijg korting op advocaten
  • Bespaar geld
Word nu lid
Direct advies:
ma - do: 8.00 tot 20.00 uur
vrij: 8.00 tot 18.00 uur
za: 10.00 tot 18.00 uur