Verkeersongeval met onvoorzichtige wielrenner

14-03-2006 Particulieren

De situatie
Op een mooie zondagmiddag reed een man op zijn racefiets in de buurt van Lunteren. Over het midden van de weg rijdend en voorovergebogen stuurde hij met hoge snelheid zijn fiets een linkerbocht in. Hij was zich niet bewust van de BMW die hem tegemoet kwam rijden. De auto werd bestuurd door een vrouw; haar vader was de eigenaar van de auto en zat naast haar.

De vader lette goed op want ondanks de onoverzichtelijk situatie, had hij de wielrenner tussen de begroeiing door al zien aankomen en had zijn dochter gewaarschuwd voor het naderende gevaar. Zij is toen zeer langzaam gaan rijden en heeft de auto zo veel mogelijk naar rechts gestuurd. 

De wielrenner zag de BMW pas op het laatste moment waardoor hij een rare uitwijkmanoeuvre moest maken. De betreffende weg was op zich voldoende breed voor het verkeer om elkaar te passeren. Hoewel hij de auto niet raakte, kwam hij wel hard ten val met ernstig letsel als gevolg. 

Schadeclaim
De fietser stelde de bestuurster van de auto aansprakelijk voor de letselschade op grond van artikel 185 Wegenverkeerswet (WVW) en het algemene aansprakelijkheidsartikel 6:162 Burgerlijk Wetboek (BW). De rechtbank en het hof stelden hem in het ongelijk omdat de bestuurster niet de eigenaar van de auto is en omdat de vrouw niets verwijtbaars had gedaan.

Vervolgens legde de fietser zijn claim neer bij verzekeringsmaatschappij Univé, de WAM-verzekeraar van de vader. In eerste aanleg heeft de rechtbank de schadevordering afgewezen, maar de wielrenner probeerde in hoger beroep alsnog gelijk te krijgen. Ook het hof vond dat hij geen recht op schadevergoeding heeft. 

Zwakke verkeersdeelnemers 
In het Nederlandse recht hebben zwakke verkeersdeelnemers zoals voetgangers en fietsers een bijzondere positie wanneer zij bij een verkeersongeval met een motorrijtuig betrokken raken. De gedachte is dat ongemotoriseerde weggebruikers, en met name kinderen tot 14 jaar, extra beschermd moeten worden. Voetgangers en fietsers kunnen makkelijker schadevergoeding krijgen dan andere verkeersdeelnemers. In grote lijnen is de regeling als volgt:

  • Kinderen tot 14 jaar kunnen vrijwel altijd hun schade vergoed krijgen;
  • Oudere personen krijgen in beginsel 50% Van de schade vergoed, tenzij er sprake is van overmacht of bewuste roekeloosheid. Vergoeding van de overige 50% hangt af van de vraag wie er schuld heeft aan het ongeval. 

In de praktijk kan een automobilist zich slechts in uitzonderlijke gevallen met succes beroepen op overmacht (een onvoorziene situatie waar écht helemaal niets aan te doen was, zoals een plotselinge rukwind) of bewuste roekeloosheid (waarbij het slachtoffer welbewust het gevaar heeft opgezocht). 

Veel automobilisten vinden de regeling niet eerlijk want zelfs als zij geen schuld aan een ongeval hebben, dan moeten zij meestal toch minimaal 50% schadevergoeding betalen. En wie een beroep op de verzekering doet, gaat door het bonus-malus-systeem een hogere premie betalen. 

Oordeel: overmacht
Het hof Leeuwarden is het met Univé eens dat er bij dit verkeersongeval sprake was van overmacht. De vraag of er sprake is van overmacht wordt beantwoord aan de hand van een door de Hoge Raad opgestelde regel: het beroep van de auto-eigenaar op overmacht kan alleen slagen als hij aannemelijk maakt dat hem geen enkel juridisch verwijt valt te maken. Fouten van anderen, waaronder die van het slachtoffer zelf, zijn alleen van belang als zij voor de bestuurder van het motorrijtuig zó onwaarschijnlijk waren dat hij daar redelijkerwijs geen rekening mee hoefde te houden. Er is pas sprake van overmacht als aan deze zeer strenge criteria is voldaan, wat haast nooit lukt. 

Maar in deze zaak slaagt het beroep op overmacht wel. Het hof verwijt de wielrenner dat hij met forse snelheid (27 kilometer per uur) voorover op het stuur (dus met onvoldoende oog voor de bochtige weg vóór hem) over de as van de weg heeft gefietst en toen de bocht naar links heeft genomen. Dat hij de auto te laat zag, is het gevolg van zijn eigen fouten en roekeloze rijgedrag. Hoewel de vrouw de weg kende en wist dat er daar veel werd gefietst, was het rijgedrag van de fietser voor de bestuurster zó onwaarschijnlijk dat zij daar geen rekening mee hoefde te houden.

Gerechtshof Leeuwarden, 8 maart 2006, LJN: AV4134

Laat een reactie achter

Restricted HTML

  • Allowed HTML tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd> <h2 id> <h3 id> <h4 id> <h5 id> <h6 id>
  • Lines and paragraphs break automatically.
  • Web page addresses and email addresses turn into links automatically.
Waarom lid worden van HelloLaw?
  • Krijg onbeperkt juridisch advies
  • Profiteer van de laagste prijzen
  • Krijg korting op advocaten
  • Bespaar geld
Word nu lid
Direct advies:
ma - do: 8.00 tot 20.00 uur
vrij: 8.00 tot 18.00 uur
za: 10.00 tot 18.00 uur