Voor iedere werknemer een 13e maand?

De zaak
De vrouw had een contract voor bepaalde tijd getekend dat afliep begin 2008. Ze was aangesteld als medewerkster service centrum, met een salaris van € 1.720,00 bruto per maand, exclusief 8% Vakantietoeslag en reisvergoeding.

In strijd met de wet
De werkgever mag geen onderscheid maken tussen werknemers in de arbeidsvoorwaarden op basis van de duur van de arbeidsovereenkomst. Een dergelijk onderscheid is alleen toegestaan, indien het objectief gerechtvaardigd is. De werkneemster stelde dat door haar uit te sluiten van aanspraak op een 13e maand zonder objectieve rechtvaardigingsgrond, de werkgever in strijd met de wet had gehandeld. De werkgever zou haar daarom een maandloon verschuldigd zijn.

Beschikken over deskundigheid
De werkgever was het niet met de werkneemster eens. Binnen het bedrijf waren er werknemers met zowel een contract voor onbepaalde als bepaalde tijd die wel aanspraak konden maken op een 13e maand. Het bedrijf maakte dus geen onderscheid op grond van de duur van het arbeidscontract. Om in aanmerking te kunnen komen voor een 13e maand, diende een werknemer wel te beschikken over de noodzakelijke deskundigheid voor het vervullen van zijn functie. De werkneemster in kwestie beschikte bij indiensttreding onvoldoende over de voor haar functie benodigde juridische vaardigheden. Dat was de reden waarom de werkgever had besloten om haar gedurende haar eerste arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd niet tot de 13e maand regeling toe te laten. Er was dus geen sprake van verboden onderscheid op grond van de duur van het contract.

Gerechtvaardigd onderscheid
De werkgever gaf toe dat er een onderscheid werd gemaakt, maar dat dit onderscheid gerechtvaardigd was. De werkgever had ook aangevoerd dat niet de duur van het dienstverband doorslaggevend was, maar dat kennis en vaardigheden van de werknemer bepalen of dat een werknemer recht had op een 13e maand. Het had op de weg van de werkneemster gelegen om haar stelling dat sprake was van onderscheid nader concreet te onderbouwen, aldus de rechter. In plaats daarvan had de vrouw uitgebreid beargumenteerd waarom er volgens haar geen sprake was van een gerechtvaardigd onderscheid. De werkneemster had daarmee miskend dat eerst diende te komen vast te staan dát er sprake was van ongelijke behandeling, alvorens de vraag naar een mogelijke objectieve rechtvaardigingsgrond daarvan aan de orde kon komen.

Conclusie
De kantonrechter wees de vordering af, aangezien niet vast stond dat de duur van het dienstverband doorslaggevend was voor de toekenning van een 13e maand.

Rechtbank Haarlem, sector kanton, 13 augustus 2008, LJN: BE8339

Laat een reactie achter

Restricted HTML

  • Allowed HTML tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd> <h2 id> <h3 id> <h4 id> <h5 id> <h6 id>
  • Lines and paragraphs break automatically.
  • Web page addresses and email addresses turn into links automatically.
Waarom lid worden van HelloLaw?
  • Krijg onbeperkt juridisch advies
  • Profiteer van de laagste prijzen
  • Krijg korting op advocaten
  • Bespaar geld
Word nu lid
Direct advies:
ma - do: 8.00 tot 20.00 uur
vrij: 8.00 tot 18.00 uur